WW-uitkering

Vanaf 1 oktober 2006 heeft iemand volgens de Werkloosheidswet (WW) recht op een WW-uitkering wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan. De betreffende persoon moet:

  • verzekerd zijn voor de WW;
  • werkloos zijn;
  • geen recht hebben op loondoorbetaling door de (voormalig) werkgever;beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt;
  • voldoen aan de wekeneis, dat wil zeggen er moet in de 36 weken voorafgaande aan de werkloosheid in ten minste 26 weken onmiddellijk voorafgaande aan de werkloosheid als werknemer gewerkt zijn;
  • niet door eigen schuld werkloos zijn geworden, als de werknemer zelf ontslag neemt heeft hij alleen in uitzonderingssituaties recht op een WW-uitkering.

Duur uitkering

De WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden en maximaal 38 maanden (3 jaar en 2 maanden). De uitkering bedraagt de eerste 2 maanden 75% van het dagloon en vanaf de derde maand 70% van het dagloon. De lengte van de WW-uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden: 1 jaar arbeidsverleden staat voor 1 maand WW-uitkering.

Wijzigingen per 1 juli 2015

Per 1 juli 2015 gelden de volgende regels voor iedereen die op of na 1 juli 2015 werkloos wordt:

De WW-uitkering wordt één keer per maand achteraf betaald. Voorheen werd de WW-uitkering nog per vier weken betaald.

De WW-uitkering vult het inkomen aan als de werkloze gaat werken voor een lager inkomen dan de WW-uitkering. De WW-uitkering eindigt als de inkomsten uit werk per maand hoger zijn dan 87,5% van de WW-uitkering.

Na zes maanden WW-uitkering worden alle banen als passend gezien. Voorheen was dit na één jaar.

Wijzigingen per 1 januari 2016

De volgende wijzigingen gaan in per 1 januari 2016 en gelden voor iedereen die op of na 1 januari 2016 werkloos wordt:

De maximale duur van de WW-uitkering wordt vanaf 1 januari 2016 korter. Dit gaat stapsgewijs; ieder kwartaal gaat er een maand vanaf. Vanaf 1 april 2019 is de maximale duur van een WW-uitkering 24 maanden (2 jaar).

Daarnaast wijzigt de opbouw van de WW-uitkering. De eerste tien jaar wordt voor elk jaar dienstverband een maand WW-uitkering gerekend. Na tien dienstjaren komt er voor ieder dienstjaar een halve maand uitkering bij. Bij vijftien jaar dienstverband, heeft de werkloze dus recht op 10 x 1 maand + 5 x halve maand = 12,5 maanden WW-uitkering. De dienstjaren die zijn opgebouwd vóór 1 januari 2016, blijven meetellen voor 1 maand uitkering.

Vervolguitkering

De vervolguitkeringen voor iemand die na 11 augustus 2003 werkloos is geworden zijn door het kabinet inmiddels afgeschaft, wat betekent dat iemand na de loongerelateerde en eventueel na de daarop volgende langere uitkering in de bijstand vervalt, mits de partner geen inkomen heeft en de betreffende persoon ook geen vermogen heeft (bijvoorbeeld de overwaarde in een eigen huis).

Aanvraag en ingangsdatum van de uitkering

De uitkering dient uiterlijk de eerste werkloosheidsdag bij het UWV WERKbedrijf te worden aangevraagd, omdat het recht op uitkering anders later ingaat. Bovendien dient er rekening mee te worden gehouden dat een uitkering vaak pas begint te lopen na de zogenaamde fictieve opzegtermijn. Dit is in het bijzonder het geval als een ontslagvergoeding door de werkgever is verstrekt. De duur van de fictieve opzegtermijn is afhankelijk van de duur van de voor de werkgever geldende opzegtermijn en kan variëren van één tot drie maanden.